De autoruit en de APK, wat mag wel en wat mag niet?

Over wat wel of niet mag voor de APK qua beschadiging en schade van met name de voorruit is nogal wat onduidelijkheid. Daarom onderstaand overzicht van de eisen zoals omschreven in de regelgeving voor de APK van de RDW.
Let op: aan onderstaand overzicht kunnen geen rechten ontleend worden. Voor de meeste actuele info zie: Handboek personenautos

APK – Regeling Permanente Eisen

Titel 9 Carrosserie

Afdeling 1 Corrosie

Artikel 2.9.1 aanvulling 12 versie 12-2006
De bevestiging van de onderdelen van de carrosserie genoemd in hoofdstuk 5 van het Voertuigreglement moeten voldoen aan de eisen ten aanzien van corrosie bedoeld in titel 2 van dit hoofdstuk.

Afdeling 2 Voorruiten
§ 1 Personenauto’s, bedrijfsauto’s met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg alsmede driewielige motorrijtuigen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg

Artikel 2.9.2 – Beschadiging voorruit
Voorruiten van personenauto’s, bedrijfsauto’s met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg alsmede driewielige motorrijtuigen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg mogen in de artikel 2.9.3 aangegeven vlakken niet meer beschadigd of verkleurd zijn dan zoals bepaald in de artikelen 2.9.4 en 2.9.5.

Artikel 2.9.3 – Verdeling in vlakken
1. De voorruit wordt verdeeld in de volgende drie denkbeeldige vlakken, zoals weergegeven in
figuur 13:
a. het vlak voor het directe gezichtsveld van de bestuurder: dit is het gedeelte van de voorruit dat zich voor de bestuurderszitplaats bevindt, ter grootte van een op de voorruit te projecteren vlak met een horizontale zijde van 0,30 m en een verticale zijde van 0,20 m;
b. het vlak voor het indirecte gezichtsveld van de bestuurder, hetgeen als volgt wordt gevormd: het directe gezichtsveld wordt ten opzichte van het midden van de voorruit gespiegeld naar het rechter voorruitgedeelte. Het hierdoor gevonden vlak en de tussenruimte naar het directe gezichtsveld vormt het indirecte gezichtsveld;
c. het randvlak: dit is het nog resterende deel van de voorruit.

A is gelijk aan
M = middelpunt van projectievlak op voorruit
H = geprojecteerde hoogte op voorruit
(afhankelijk van de hoek die de voorruit maakt)

2. Het middelpunt van het in het eerste lid, onder a, geprojecteerde vlak moet samenvallen met het snijpunt van:
a. de verticale lijn, denkbeeldig getrokken op de voorruit, vanuit de zitpositie van de bestuurder, door het hart van het stuur, en
b. de door het middelpunt van het ruitewisserblad beschreven baan op de voorruit of bij een centrale ruitenwisser de horizontale raaklijn aan de genoemde beschreven baan, zoals weergegeven in figuur 14.

Figuur 14 Centrale wisser

Artikel 2.9.4 – Toegestane beschadiging
1. In het vlak voor het directe gezichtsveld mogen, in afwijking van artikel 2.9.5, de volgende beschadigingen of verkleuringen aanwezig zijn:
a. enkelvoudige scheuren, ongeacht de lengte;
b. oppervlakkige krassen waarvan de breedte niet meer dan 5 mm bedraagt;
c. beschadigingen of verkleuringen waarvan de afmetingen zodanig zijn, dat een denkbeeldig getrokken cirkel om de gehele beschadiging of verkleuring heen een diameter heeft van niet meer dan 20 mm.
2. In het vlak voor het indirecte gezichtsveld mogen, in afwijking van artikel 2.9.5, de volgende beschadigingen of verkleuringen aanwezig zijn:
a. enkelvoudige scheuren, ongeacht de lengte;
b. oppervlakkige krassen waarvan de breedte niet meer dan 5 mm bedraagt;
c. beschadigingen of verkleuringen waarvan de afmetingen zodanig zijn, dat een denkbeeldig getrokken cirkel om de gehele beschadiging of verkleuring heen een diameter heeft van niet meer dan 50 mm.
3. Onder de in het eerste en tweede lid genoemde enkelvoudige scheuren worden scheuren verstaan die in de gezichtsvelden geen vertakkingen vertonen tussen begin- en eindpunt, zoals weergegeven in figuur 15.

Figuur 15 Toegestane scheuren
4. In het randvlak mogen beschadigingen of verkleuringen aanwezig zijn.
5. Indien een beschadiging of verkleuring doorloopt in de verschillende te beoordelen vlakken van de ruit, dan moet alleen dat deel van de beschadiging of verkleuring in ogenschouw worden genomen dat in het te beoordelen vlak aanwezig is.

Artikel 2.9.5 – Aanwezigheid meerdere beschadigingen
De voorruit mag meerdere luchtbellen, beschadigingen of verkleuringen vertonen die ten aanzien van de afmetingen ieder afzonderlijk voldoen aan artikel 2.9.4, mits het uitzicht van de bestuurder daardoor niet wordt belemmerd.

Artikel 2.9.6 – Wijze van keuren
De in deze paragraaf gestelde eisen worden getoetst:
a. door middel van visuele controle;
b. door in geval van twijfel te meten met een meetmiddel van voldoende bereik.

§ 2 Bedrijfsauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg

Artikel 2.9.7 – Beschadiging voorruit
Voorruiten van bedrijfsauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg mogen in de artikel 2.9.8 aangegeven vlakken niet meer beschadigd of verkleurd zijn dan zoals bepaald in de artikelen 2.9.9 en 2.9.10.

Artikel 2.9.8 – Verdeling in vlakken
1. De voorruit wordt verdeeld in de volgende drie denkbeeldige vlakken:
a. het vlak voor het directe gezichtsveld van de bestuurder: dit is het gedeelte van de voorruit dat zich voor de bestuurderszitplaats bevindt, ter grootte van een op de voorruit te projecteren vlak met een horizontale zijde van 0,40 m en een verticale zijde van 0,40 m, zoals weergegeven in figuur 16;
b. het vlak voor het indirecte gezichtsveld van de bestuurder, hetgeen als volgt wordt gevormd: het directe gezichtsveld wordt ten opzichte van het midden van de voorruit gespiegeld naar het rechter voorruitgedeelte: het hierdoor gevonden vlak en de tussenruimte naar het directe gezichtsveld vormt het indirecte gezichtsveld;
c. het randvlak: dit is het nog resterende deel van de voorruit.
2. Het middelpunt van het in het eerste lid, onder a, geprojecteerde vlak moet samenvallen met het snijpunt van:
a. de verticale lijn, denkbeeldig getrokken op de voorruit, vanuit de zitpositie van de bestuurder, door het hart van het stuur, en
b. de horizontale lijn op 0,65 m boven het laagste punt van de zitting van de onbelaste bestuurdersstoel in de achterste en onderste gebruiksstand, waarbij moet worden uitgegaan van de meest gebruikelijke zitpositie voor een bestuurder van gemiddelde lengte, indien de onderste gebruiksstand lager uitkomt dan voor het besturen noodzakelijk is.

A is gelijk aan B
H = geprojecteerde hoogte op de voorruit
Figuur 16 Voorruit

Artikel 2.9.9 – Toegestane beschadiging
1. In het vlak voor het directe gezichtsveld mogen, in afwijking van artikel 2.9.10, de volgende beschadigingen of verkleuringen aanwezig zijn:
a. enkelvoudige scheuren, ongeacht de lengte;
b. oppervlakkige krassen waarvan de breedte niet meer dan 8 mm bedraagt;
c. beschadigingen of verkleuringen waarvan de afmetingen zodanig zijn, dat een denkbeeldig getrokken cirkel om de gehele beschadiging of verkleuring heen een diameter heeft van niet meer dan 30 mm.
2. In het vlak voor het indirecte gezichtsveld mogen, in afwijking van artikel 2.9.10, de volgende beschadigingen of verkleuringen aanwezig zijn:
a. enkelvoudige scheuren, ongeacht de lengte;
b. oppervlakkige krassen waarvan de breedte niet meer dan 8 mm bedraagt;
c. beschadigingen of verkleuringen waarvan de afmetingen zodanig zijn, dat een denkbeeldig getrokken cirkel om de gehele beschadiging of verkleuring heen een diameter heeft van niet meer dan 100 mm.
3. Onder de in het eerste en tweede lid genoemde enkelvoudige scheuren worden scheuren verstaan die in de gezichtsvelden geen vertakkingen vertonen tussen begin- en eindpunt, zoals weergegeven in figuur 17.
4. In het randvlak mogen beschadigingen of verkleuringen aanwezig zijn.
5. Indien een beschadiging of verkleuring doorloopt in de verschillende te beoordelen vlakken van de ruit, dan moet alleen dat deel van de beschadiging of verkleuring in ogenschouw worden genomen dat in het te beoordelen vlak aanwezig is.

Figuur 17 Toegestane scheuren

Artikel 2.9.10 – Aanwezigheid meerdere beschadigingen
De voorruit mag meerdere luchtbellen, beschadigingen of verkleuringen vertonen die ten aanzien van de afmetingen ieder afzonderlijk voldoen aan artikel 2.9.9, mits het uitzicht van de bestuurder daardoor niet wordt belemmerd.

Artikel 2.9.11 – Wijze van keuren
De in deze paragraaf gestelde eisen worden getoetst:
a. door middel van visuele controle;
b. door in geval van twijfel te meten met een meetmiddel van voldoende bereik.

Bent u geïnteresseerd of heeft u vragen?